Hoog- en meerbegaafdheid


Wanneer we spreken over hoog- of meerbegaafde leerlingen wordt meestal verwezen naar IQ-scores. Voor meerbegaafdheid geldt een IQ van >115 en voor hoogbegaafdheid een IQ > 130. Hoge intellectuele capaciteiten alleen leiden echter niet perse tot hoogbegaafd gedrag of resultaten op hoogbegaafdheid niveau. Ook creatief denkvermogen en motivatie spelen een belangrijke rol om te komen tot hoge prestaties. Hierbij is een goede interactie met de sociale omgeving (gezin, school, vrienden) van belang. Deze factoren zijn allen van invloed op het welbevinden en komen tot prestaties van deze leerlingen.

Op de Willibrordschool nemen we de onderwijsbehoefte van een kind als uitgangspunt. Hierbij is een precies gemeten IQ-score niet leidend. Ons doel is de onderwijsomgeving te bieden die voor iedere leerling leidt tot ontwikkeling en welbevinden. Voor kinderen met hoge intellectuele capaciteiten vraagt dit soms om aanpassing van de onderwijsomgeving.

 

Onderwijs aan hoog- en meerbegaafde leerlingen

Op de Willibrordschool zijn we druk bezig het onderwijs aan hoog- en meerbegaafde leerlingen  verder uit te bouwen. Sinds 2017 zijn er twee talentbegeleiders werkzaam op de Willibrordschool, Patty den Hartog en Martje Elings. Deze leerkrachten hebben beiden een opleiding gevolgd om hoog - en meerbegaafde kinderen te signaleren en te begeleiden binnen de school.

 

Signaleringsinstrument

Sinds enige jaren gebruiken wij het signaleringsinstrument DHH (Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid) om zo vroeg mogelijk in kaart te brengen welke leerlingen mogelijk hoog- of meerbegaafd zijn. Voor elke leerling wordt gedurende zijn of haar schooltijd een aantal keer deze signaleringslijst ingevuld door de groepsleerkracht(en).  Dit gebeurt voor het eerst wanneer het kind zes weken onderwijs heeft genoten. Daarna wordt de lijst ingevuld in februari voor de kinderen in groep 3 en groep 5. Deze uitslagen worden besproken met de talentbegeleiders. Op deze manier willen wij de kinderen goed in het vizier krijgen. Mochten er opvallende uitslagen zijn, dan wordt dit met de ouders besproken.

 

Wat bieden wij kinderen die meer uitdaging nodig hebben?

Allereerst wordt er in de klas gestart met het compacten van de reguliere lesstof en in de vrijgekomen tijd, wordt er gewerkt aan verdiepende en verbredende opdrachten. De kinderen krijgen zo alle lesstof wel aangeboden, maar krijgen daarnaast andere onderwerpen of gaan dieper in op een bepaald onderwerp.

Drie keer per jaar bieden wij een periode van zeven weken flexgroep aan. Dit houdt in dat de leerlingen uit de klas worden gehaald en onder begeleiding werken aan opdrachten die deze leerlingen meer uitdaging geven. We clusteren leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd tot een groepje van 4 tot 10 leerlingen.

In de groepen 1 t/m 4 sluiten we zoveel mogelijk aan bij thema’s die in de klas behandeld worden.  Deze opdrachten kunnen in de klas (verder) gemaakt worden.

Bij de groepen 5 t/m 8 richten we ons op het aanleren van vaardigheden en het gebruik van executieve functies (zoals planning, doorzetten, het werkgeheugen) al dan niet aansluitend bij onderwerpen uit de klas.

Het uitgangspunt is echter wel dat het onderwijs aan hoog- en meerbegaafde leerlingen zoveel mogelijk plaats vindt in de eigen groep. Hierdoor voorkomen we een uitzonderingspositie van leerlingen en houdt de groepsleerkracht goed zicht op de leerling.

 

Buiten deze flexgroepen om zijn de talentbegeleiders aanwezig op school voor vragen vanuit de leerkrachten, om kinderen te observeren, om individuele leerlingen te begeleiden etc..