Leefstijl


Leefstijl is een programma dat kinderen vanaf de kinderopvang tot en met het beroepsonderwijs helpt om hun sociaal-emotionele vaardigheden te ontwikkelen. Het omvat een scala aan vaardigheden zoals samen spelen, samenwerken, praten en luisteren, gevoelens uiten, rekening houden met elkaar, zelfvertrouwen opdoen, omgaan met verschillen, opkomen voor jezelf, conflicten oplossen en omgaan met groepsdruk, keuzes maken en een doel bereiken. Ook leren kinderen samen normen en waarden te formuleren. Zo wordt de klas voor kinderen een veilige omgeving waarin met plezier wordt geleerd. Verder komen media-educatie en gezondheidsvaardigheden aan bod. Allemaal essentiële vaardigheden die voor kinderen onmisbaar zijn om goed te kunnen
functioneren: thuis, op school en later als volwassene in de samenleving. Leefstijl legt daarmee de basis voor sociale weerbaarheid en wil bevorderen dat kinderen opgroeien tot zelfstandige, sociaal vaardige en betrokken mensen.
 

Leefstijl voor het primair onderwijs bevat voor ieder leerjaar zes thema’s. Ieder thema bestaat uit vier lessen. Bij ieder thema en bij iedere jaargroep is een ouderbrief. In deze ouderbrief vindt u informatie over het betreffende thema, boekentips en een versje/verhaal of opdracht die aansluit bij het thema, zodat u hier thuis met uw kind over kan praten.

Leefstijl heeft ook een koppeling met ons sociaal-emotioneel leerlingvolgsysteem Zien! Hieronder staat per thema omschreven welke sociale vaardigheden van het leerlingvolgsysteem terugkomen in de lessen van Leefstijl. Ook vindt u de ouderbrieven per thema van de methode. 

Thema 1: De groep? Dat zijn wij!

In dit thema wordt er vooral aandacht besteed aan de sfeer in de groep. Als deze goed is, voelen de kinderen zich beter op hun gemak: zowel bij elkaar als bij de leerkracht. Dit is goed voor hun persoonlijke ontwikkeling en de creativiteit in de groep. In alle klassen maken de leerlingen samen met de leerkrachten afspraken over gedrag. Daarnaast is er aandacht voor samen spelen en vriendschap. De vaardigheden die in dit thema worden aangeboden en worden beoefend zijn vooral Sociaal Initiatief en Impulsbeheersing. Sociaal Initiatief komt aan bod in de lessen die gaan over het contact maken met de ander, afstappen op de ander en vragen of je mee mag doen, enzovoort. Impulsbeheersing wordt aangeboden in de lessen die gaan over het gedrag en het samen nadenken over de regels die in de klas gelden. Daarnaast komen ook de vaardigheden Sociale Autonomie, Sociale Flexibiliteit en Inlevingsvermogen veel aan bod.
Groep 1 en 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8

Thema 2: Praten en luisteren

Communicatie staat centraal in dit thema. Het gaat over praten, luisteren en stil zijn. Hoe maak je contact met elkaar? Hoe laat je zien dat je belangstelling hebt voor het verhaal van de ander? Kinderen leren hoe ze een samenhangend verhaal kunnen vertellen en dat luisteren meer is dan stil zijn. Luisteren en belangstelling tonen is een actieve bezigheid. De vaardigheden die in dit thema worden aangeboden zijn vooral Sociaal Initiatief en Inlevingsvermogen. Ze leren op een goede manier contact met elkaar te maken. Om goed contact te hebben is het belangrijk dat ze leren luisteren naar elkaar en dat ook te tonen door hun lichaamshouding en door te laten blijken dat ze geïnteresseerd zijn in de ander. Impulsbeheersing is een vaardigheid dat ook aan bod komt. Om goed te kunnen luisteren moet je in staat zijn om stil te zijn en je te kunnen concentreren.
Groep 1 en 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
 

Thema 3: Ken je dat gevoel?

Een kind kan meestal nog niet uit zichzelf aangeven wat het voelt, denkt of vindt. Om gevoelens te kunnen delen moet je deze eerst deze leren herkennen en begrijpen. Het doel van deze lessen is om kinderen meer bewust te maken van hun eigen gevoelens en ze te leren die van anderen te herkennen. Daarnaast beschikken kinderen vaak (nog) niet over juiste woordenschat om precies aan te kunnen geven hoe ze zich voelen. Ze weten wel of ze blij of boos zijn, maar het exacte gevoel dat achter die blijdschap en boosheid schuilgaat kunnen ze niet verwoorden. De vaardigheden die in dit thema aan bod komen zijn vooral Inlevingsvermogen en Impulsbeheersing. Inlevingsvermogen wordt vooral beoefend wanneer er van de kinderen gevraagd wordt of ze emoties herkennen bij anderen. En kunnen zij deze emoties beredeneren. Het herkennen van emoties bij zichzelf kan ook helpen om de ander beter te begrijpen. Daarnaast komt Impulsbeheersing aan bod. Wat doe je met je boosheid, verdriet en teleurstelling, maar ook met blijdschap. De kinderen wordt geleerd om deze emoties op een goede manier te tonen en te verwoorden. Sociale Autonomie komt ook aan bod. Kinderen leren dat ze emoties mogen hebben en dat ze ook mogen zeggen dat ze boos of verdrietig zijn.
Groep 1 en 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7

Groep 8

Thema 4: Ik vertrouw op mij!

Dit thema gaat over zelfvertrouwen. Kinderen ontwikkelen zelfvertrouwen door te werken aan een positief en realistisch zelfbeeld: jezelf kennen, weten wat je kunt en wilt, maar ook wat je (nog) niet kan. Dit wordt gekoppeld aan verantwoordelijkheid nemen. Om zelfvertrouwen op te bouwen is het belangrijk dat kinderen zich geborgen weten en waardering krijgen van mensen uit hun directe omgeving. De vaardigheid Sociale Autonomie wordt in dit thema aangeboden. Kinderen weten wat ze kunnen en wat (nog) niet. Ze durven dat ook tegen elkaar uit te spreken. Ze leren op een goede manier op te komen voor zichzelf. Daarnaast leren ze dat ze blij mogen zijn met wie ze zijn. In dit thema komt ook Inlevingsvermogen aan bod, doordat ze complimenten geven aan elkaar of iets aardigs doen voor een ander.
Groep 1 en 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
 

Thema 5: Allemaal anders, iedereen gelijk

Een thema over diversiteit. Hoe ga je om met verschillen? Kinderen worden zich bewust van het feit dat ze allemaal verschillend zijn en leren die verschillen te waarderen. De methode benadrukt daarnaast dat ieder kind gelijkwaardig is. Ook omgaan met conflicten, voor jezelf opkomen en weerstand bieden aan groepsdruk komen aan de orde. De vaardigheden Impulsbeheersing, Sociale Flexibiliteit en Sociale Autonomie worden aangeboden. Impulsbeheersing wordt geoefend wanneer het gaat hoe je om moet gaan met conflicten. Hoe los je meningsverschillen op een goede manier op. Hierbij is Sociale Flexibiliteit ook nodig. Het kind leert dat de ander ook ideeën en inzichten heeft die ook goed zijn. Daarnaast leert het kind dat iedereen ander is en anders mag zijn.
Sociale autonomie komt vooral aan bod in het leren goed op te komen voor jezelf en bij je standpunt te blijven ook als de groep anders denkt.
Groep 1 en 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8


Thema 6: Lekker gezond

In dit thema staan gezondheidsvaardigheden centraal. Er wordt daarbij aandacht besteed aan het belang van persoonlijke hygiëne, van voldoende beweging en een verantwoord voedingspatroon. In hogere groepen komen risico’s van alcohol, drugs en tabak aan de orden. Er wordt aandacht besteed aan lichamelijke groei in de pubertijd. Ook de relatie tussen jongens en meisjes en het respecteren van elkaar is een belangrijk onderdeel van de lessen. In de laatste les blikken we terug op het afgelopen jaar: wat hebben de kinderen geleerd? Wat nemen ze mee naar volgend jaar? De vaardigheid Inlevingsvermogen komt vooral aan bod in de lessen die gaan over het respecteren van elkaar. Sociale Autonomie komt aan bod in de laatste les, wanneer de kinderen mogen vertellen wat ze hebben geleerd, wat ze kunnen en wat ze goed vonden aan het afgelopen jaar.
Groep 1 en 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8